Home
 Info
Info

Over Tenniphil
Tenniphil is met ruim 350 leden de grootste studenten-tennisvereniging van Delft. Tenniphil bestaat inmiddels 68 jaar en in deze periode is deze ondervereniging van K.S.V. Sanctus Virgilius (Virgiel) uitgegroeid tot een inspirerende bron van activiteiten op het gebied van de tennissport.
Bij Tenniphil wordt op verschillende niveau´s gespeeld; van beginners tot fanatieke 3/4-spelers. En bij al deze mensen is gezelligheid de grote drijfveer. De 13 (voorjaars)competitieteams strijden ieder voorjaar weer 7 weken met volle kracht voor promotie of tegen degradatie, maar spanning is in ieder geval gegarandeerd.
Het tennisseizoen loopt bij Tenniphil het hele jaar door met diverse activiteiten zoals de Love Games, het TenniphilOpen, de Clubkampioenschappen en de trainingen die ook in de winter voortgezet worden.
Ook spelen we sinds een paar jaar mee in de Herfstcompetitie. Op dit moment komen daar 5 teams in uit, maar de belangstelling in de regio en daardoor ook binnen Tenniphil groeit gestaag.
Een van de jaarlijkse hoogtepunten van Tenniphil is het aanmoedigen van het Nederlandse Davis Cup team. Bij alle thuis- en uitwedstrijden van het Nederlands Davis Cup team is er een groep supporters van Tenniphil bij, die onze helden onvoorwaardelijk aanmoedigen en er samen met andere studenten-tennisverenigingen elke keer een fantastisch feest van maken.
Tenniphil is de vereniging waarbij tennis een beleving wordt. Er wordt niet alleen getennist, maar het is vooral een vereniging voor een groep mensen die van de gezelligheid en de entourage rond de sport houdt. De combinatie van tennis en gezelligheid maakt Tenniphil tot een zeer succesvolle ondervereniging en de leukste studententennisvereniging van Nederland.

Lid worden?
Om lid te worden van Tenniphil is het noodzakelijk dat je lid bent van Virgiel. Je kan maar één keer per jaar lid worden van Virgiel, tijdens de Owee, halverwege augustus.
Als je lid bent Virgiel kan je een mailtje sturen naar de secretaris om lid te worden. Tenniphilianen kunnen meedoen met de trainingen op het sportcentrum in een Tenniphil-groep, competitie spelen en met alle sportieve en minder sportieve activiteiten meedoen die Tenniphil te bieden heeft. Voor het geld hoef je het niet te laten: slechts 12 euro contributie per jaar.

Geschiedenis
Het stof waaide in mijn gezicht, hoestend wreef ik de tranen uit mijn ogen en door mijn wazige blik zag ik de contouren van een papier verschijnen;

"Getweeen lagen zij in het veel gebruikte witte doosje, dat met de sierlijke groene letters getooid, vergeten in een hoek van de diepe muurkast stond. Twee veteranen waren het, die de strijd in al zijn geledingen hadden meegemaakt; hoog zwevend in de lucht, tijdens een spannend lob-gevecht; diep suizend over het net in de hoogtepunten van een drive-duel of bliksemsnel heen en weer ratelend bij een volleer-mitraillette."

Met kippenvel las ik de tekst die ik onder ogen had. Mijn al redelijk snobbistische vocabulair werd met de letter archaischer. De poeten van weleer verbleekten bij de literaire krachttoer van de trotse, tennissende, triomfantelijke TU studenten met hun door WO II opgelegde hardwerkende arbeidsethos, welke zijn gelijke nooit meer heeft gevonden. Maar verre van de nogal zwart-witte (als we de tv-beelden moeten geloven) eind jaren veertig en begin jaren vijftig te verheerlijken, schrijf ik dit stuk ten einde Jan Tenniphiliaan met zijn eigen geschiedenis te verrijken.

De dag is 26 maart, 1947. De oorlog doet zijn sporen nog klinken in de hoofden van ieder en de wederopbouw wordt met stevige linkerhanden aangepakt. Een klein gezelschap, ongeveer twintig leden (sic), komt bij elkaar in de Societeit Alcuin om de oprichtingsvergadering der Sanctus Virgilius Tennisvereniging (“de S.V.T.V.”) bij te wonen. Het oprichtingscomite, bestaande uit A.E.M. Calon en Th.B.S. Van der Heer, heeft haar taak volbracht en de geboorte van een nieuwe tennisvereniging is een feit. Een tennisvereniging, die volgens de statuten van 1985, tot doel heeft “het doen beoefenen en bevorderen van de tennissport” (sic). Een tennisvereniging, die vanuit haar bescheiden begin uitgegroeid is tot een tehuis voor zotten en intellectuelen, voor talenten en talentjes, voor dropshots en lobjes, voor daltons en Bosma-Hovelyncks, voor gezelligheid en fanatisme; maar bovenal: voor Tennis. Maar geen enkele natie is zonder geschiedenis, geen enkele gebeurtenis zonder oorzaak, geen Tenniphil zonder Balletje Mep.

"Vaag drong van buiten de kast gestommel tot hen door en daarna een geluid, dat alleen kon betekenen dat een kachel werd opgepookt. Het gedempte lawaai van het heen en weer getrokken rooster van een ouderwets salamandertje deed hen weer denken aan de rij wiebelende hoofden, die met intense aandacht en ietwat jaloerse bewondering, hun krachtig beschreven banen volgden en dit scheen hun spraakzaam te maken. Eerst was het slechts een weemoedig herinneren aan hun vroegere glorie. Hoe trots waren ze geweest op hun vlotte en overmoedige voorkomen uit de tijd toen ze, nog blakend van enthousiasme, voor het eerst de slag in gingen. Wat was er van overgebleven?"

Een gevoel van sombere plaatsvervangende nostalgie beviel mij. Wie waren deze ongelukkige zielen? Wie heeft bedacht om ze later in blikken te verpakken? Wat een marteling moest dat zijn geweest. Toen de commissiegang leeg liep kon ik een licht geroezemoes opvangen vanuit het OV-hok. Enthousiaste uitroepen werden afgewisseld met bange voorspellingen over de toekomst. Hun tijd was nog niet gekomen. De naiviteit was tastbaar. Kon ik ze maar geruststellen, maar helaas! mij begrepen ze niet. Kon ik ze maar vertellen over de toernooien die ze zouden meemaken; de clubkampioenschappen, de LoveGames, het Open Toernooi. Kon ik ze maar vertellen over de trainingen die Tenniphilianen tot ongekende hoogten hebben gebracht, over competitiedagen waar tegenstanders huilend van de baan strompelden, met tot doel hun verlies tegen de streng doch rechtvaardige Tenniphilianen met een of twee daltons te verwerken. Met deze wetenschap in mijn achterhoofd durfde ik weer verder te lezen over het tragische lot van zij die voor waren gegaan.

"En terwijl ze hun getaande gelaat betastten en de asgrauwe stoppels voelden, herinnerden ze zich weer hun zachte witte donsbaardjes, die hun eens zo dierbaar waren en tersluiks keken ze elkaar eens aan en bemerkten de kale plekjes, die hier en daar al zichtbaar waren. Het gesprek ging moeilijk, een beetje stoterig en onwennig ten gevolge van zo lang stilzwijgen. Ze waren trouwens nooit goed in geschiedenis geweest. Alles wat ze samen konden opbrengen was een globaal overzicht over het praehistorische tijdvak van de tennisvereniging. Er moest toen enthousiast getennist zijn door een tiental mensen een hele zomer lang, onder de meest primitieve omstandigheden en dit enthousiasme bleek zich, tijdens een grote midzomerviering in het Oosten, gekristalliseerd te hebben in een embryonaal lichaam: het Comite van oprichting."

En toch, hoewel het geromantiseerde verleden mijn volle sympathie verkreeg, herkende ik een patroon. Ik zag, temidden van de drankfestijnen en tennisorgies, een vereniging die nooit van zijn fundament is afgeweken. Een vereniging waar enthousiasme nog steeds de toon voert en die de tennissport (in al haar vormen) nog steeds bevordert. Een vereniging zonder goud, maar desondanks niet minder rijk.

"Hierna kwam er wat meer licht in de geschiedenis. Buiten twijfel was het thans wel dat aan dit Comite van oprichting de grote eer toekwam, dit jonge ontluikende leven te hebben verzorgd en gekoesterd en het de nodige levensvatbaarheid te hebben meegegeven. Deze subtiele praenatale zorg resulteerde tenslotte in de ietwat schuchtere geboorte van de “Sanctus Virgilius Tennisvereniging”, op 26 maart 1947. Vanaf dit ogenblik werd het gesprek levendiger en ging minder het cachet dragen van een droge opsomming van jaartallen en feiten en soms, tenslotte steeds vaker, werd het een boeiend relaas."

Ik kijk de tekst die ik voor me heb nog eens door, het is moeilijk de vage vormen te onderscheiden in letters, woorden en zinnen, maar nog moeilijker is het bepalen of mijn matige mentale conditie die ochtend de boosdoener is, of de vervagende inkt van de typemachine. Na het verplichte inleidende stuk, merk ik dat de schrijver vuriger begint te typen, getuige de hardere slagen op het papier en de typefouten. En inderdaad, het stuk ligt duidelijk dichter bij zijn hart dan voorheen. Het verslag van zijn jaar, zijn bestuursjaar, doorklinkt met trots en tevredenheid. Een gevoel dat iedere oud-bestuurder kan beamen te hebben gehad op een projectiescherm. Om mij heen is iedereen druk bezig zijn ding te doen. Iedereen probeert zijn of haar beetje bij te dragen aan het geheel dat Sanctus Virgilius heet. En elk, die iets dergelijks heeft bijgedragen kan met dezelfde tevredenheid en trots terugkijken op zijn of haar prestatie als het toenmalige bestuur.

"Eerst hun tijd van wachten, elk van hen met zijn eigen toekomstdromen en hoog gespannen verwachtingen. Enondanks veel tegenslagen en mislukkingen, wás er eigenlijk niet het grootste deel van vervuld? Was het niet hun vergund geweest alles mee te maken? Eerst het aarzelend begin en de galante schermutselingen, daarna feller en verbetener, tenslotte hard, zeer hard, maar steeds ridderlijk. Hoe trots waren ze geweest mee te mogen naar de grote interacademiale slag in Amsterdam, hoe fel en strijdlustig toen de strijd gunstig verliep, hoe teleurgesteld toen op het laatste moment de zege toch nog ontglipte, hoe beschaamd tenslotte toen ze daarna hoorden van de kwajongensachtige bekeraffaire. Maar het hoogtepunt van hun bestaan was toch wel geweest het grote herfsttournooi. Dit was leven, dit was strijd. En talloos waren de anecdotes, die ze hierover konden ophalen."

Toen ik lid (abonnee, whatever) werd van K.S.V. Sanctus Virgilius, en kort daarop volgend, van S.V.T.V. Tenniphil (de suvvetuvve) realiseerde ik me niet waar ik aan begonnen was. Een zooitje ongeregeld dat aan het wachten was op orde, maar dan niet. Ik had nooit kunnen verwachten dat een stelletje ***-studenten een georganiseerd geheel had kunnen opzetten en runnende kunnen houden. Maar wat werkt het goed.

"Maar ze werden moe, ze waren tenslotte afgeleefd en oud geworden, hoewel met ere. Een muis tripte schuchter over de witte doos en het gesprek stokte, ze zwegen. Doch ze droomden nu over het volgende seizoen, dat weer mooi en groots zou worden, en van hun rol, die ze hierin nog zouden spelen. Helaas, ze wisten niet, dat ze hiervoor te oud en versleten waren; dat ze hadden afgedaan en het volgende seizoen niet meer zouden halen."

Wél wisten dit:
G.M.J. Van Ruitenbeek, Voorzitter
C.W.M.F. Stikvoort, Secretaris
J.J.M. Bogaers, Penningmeester

Getekend, Paul Bollerman,
i.t. Penningmeester van het 64ste bestuur der S.V.T.V. Tenniphil
Zelfbenoemd archivaris der S.V.T.V. Tenniphil
Welke de zinsspreuk voert: “Geschiedenis kent geen is, louter was”



Mis nooit meer een Tenniphil activiteit!
De TenniCal feed: http://www.tenniphil.nl/tennical.ics
Wijtman

TOPdesk
Virgiel
TU Delft

KNLTB


Uw advertentie hier?

SiteInfo
Sitestatistieken
Updates
+ maart-april 2011
• Login velden chill invullen
• Geen onderschriften-melding verbeterd
• LoveGames pagina aangemaakt
• Mailarchief gegroepeerd
+ 1-3 februari 2010
• TenniBlaat Bèta in testfase
• Nieuw Batchmailscript in gebruik
• Eindelijk IE Fotomenu-bug gefixed
• Bestandsysteem bug gefixed
• Commissies verbeterd
• Esthetische verbeteringen
+ 26 januari 2010
• Spamfilter vernieuwd
• Inschrijving verbeterd
• MijnTenniphil verbeterd
+ 25 januari 2010
• Bestuur inschrijvingen
• Zoek Tenniphilid vereterd
• Nieuw Mail systeem bijna af!
• Paar kleine esthetische verbeteringen
"'Maar ze is 10 jaar ouder?!' - 'Mooi werk'"
Bestuur 70, Reunie
© 2009-2010 Wepsi der S.V.T.V. Tenniphil